Column: waarom er geen kattenbelasting is


door Joost Pals, dinsdag 25 augustus 2020
De gemeente heft een aantal lokale belastingen. De bekendste zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Daarnaast is er ook een hondenbelasting. Maar waarom voor honden wel en bijvoorbeeld katten niet?

De soorten belastingen die een gemeente kan heffen zijn afgebakend. De gemeentewet schrijft voor welke belastingen er mogen bestaan. Dat is maar goed ook, want zonder zo’n rem zou de lucht die je inademt nog van een belasting worden voorzien.

De OZB is voor de gemeente de grootste inkomstenpost aan belastingen. In Bergen op Zoom gaat het om 15 miljoen euro: 8 miljoen van bedrijven, 7 miljoen van woningen (realisatie 2019). Vroeger moesten huurders van een woning ook OZB betalen, tegenwoordig alleen de eigenaren. Er is uitgebreide wetgeving over de manier waarop de OZB geheven wordt. De WOZ waarde is daarbij van belang. Momenteel zijn gemeentes druk doende met een overgang van waardebepaling van inhoud (m3) naar oppervlakte (m2). Dat is wettelijk verplicht. Flink wat uitvoeringskosten worden ermee gemaakt.

Qua omvang op plek 2 en 3 staan de rioolheffing (11,5 miljoen) en de afvalstoffenheffing (8,4 miljoen). Twee bijzondere belastingen, omdat ze zogenoemde “gesloten systemen” vormen. Dat wil zeggen dat de rioolheffing enkel gebruikt mag worden voor het riool en de afvalstoffenheffing voor het verwijderen van afval. Als er in een jaar minder kosten zijn, bijvoorbeeld omdat er minder riolering wordt vernieuwd, dan wordt dat geld apart gezet (”egalisatie”).

Ook al zijn het gesloten systemen, er is in de marge nog ruimte welke kosten je wel of niet toerekent aan riool of afval. Ook de hoogte van de rente die gehanteerd wordt kent een zekere rek. De praktijk in Bergen op Zoom is dat álles wat enigszins ten laste van riool of afval kan gaan daar in rekening wordt gebracht. Verder dragen dure investeringen in de Grebbe bij aan een hoge rioolheffing.

Op nummer 4 staan de parkeerbelastingen met 4,4 miljoen euro. Zowel de losse tickets en de boetes als de vergunningen. Je zult je kunnen voorstellen dat de uitvoeringskosten voor ”parkeren” - met alle controles - hoger zijn dan bij OZB, afval en riool, waar de inning gaat per huisadres. Zulke uitvoeringskosten worden in jargon “perceptiekosten” genoemd. Voor de reclamebelasting waren de uitvoeringskosten eveneens relatief hoog. Daarom is die belasting vanaf dit jaar opgedoekt en zijn de gederfde opbrengsten verwerkt in de OZB voor bedrijven.

De leges voor paspoorten, rijbewijzen en dergelijke geven samen ook een flink bedrag van 1,2 miljoen euro. Bouwen en verbouwen brengt de gemeente via de omgevingsvergunningen 7,5 ton in het laatje.

De laatste twee omvangrijke lokale belastingen zijn de toeristenbelasting en het havengeld, elk ruim 4 ton. Om het compleet te maken volgen nog de hondenbelasting 170.000 euro, precario 130.000 euro, marktgeld 24.000 euro en grafrechten 22.000 euro. Dood of levend, belasting zal er geheven worden.

De hondenbelasting is in de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. De gemeentewet staat toe om zo’n belasting te heffen. Het stamt nog uit de tijd van de hondenkar, toen honden ingezet werden als lastdieren. Volkomen achterhaald dus. Bij de hondenbelasting wordt vaak gevraagd waarom er dan geen kattenbelasting is. Of paardenbelasting. De reden is juridisch van aard: de gemeentewet staat geen belasting toe op katten, paarden of welke andere dieren ook anders dan honden.

Bij elkaar geeft dat 42 miljoen aan lokale belastingen. Toch is dit voor de gemeente bij lange na niet de hoofdmoot qua inkomsten. Want dat zijn de algemene uitkering en andere bijdragen van de rijksoverheid: voor Bergen op Zoom meer dan 133 miljoen euro.

Een bijzondere soort gemeentelijke belasting heb ik overgeslagen: de BIZ, bedrijveninvesteringszone. Daar ga ik later op in.

(Deze column is eerder geplaatst op www.kijkopbergenopzoom.nl)
 
 
© 2020 VVD Bergen op Zoom - Halsteren - Lepelstraat 
WebCMS: Koedie ICT